Brede steun Wet OKE vanuit warm hart voor peuterspeelzaalwerk

Dinsdag 12 januari werd in de Tweede Kamer het wetsvoorstel ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie (OKE) plenair behandeld. Er is een Kamerbrede steun voor het wetsvoorstel over harmonisatie en onderwijsachterstanden van onderwijsstaatssecretaris Dijksma.'Alle kinderen moeten een eerlijke kans krijgen om zich lichamelijk en sociaal te ontplooien en daarmee kun je niet vroeg genoeg beginnen'.

Kraneveldt (PvdA) is voorstander van het nieuwe (taal)achterstandenbeleid. Vrijwel alle andere woordvoerders sluiten zich bij haar aan.

 

Het wetsvoorstel van staatssecretaris Dijksma wordt door Dezentjé (VVD) en Van Toorenburg (CDA) gezien als ‘een eerste stap’ naar harmonisatie. CDA en VVD willen op termijn geen eenheidsworst. Zij willen behoud van diversiteit van opvang en spelen, van keuzevrijheid van ouders en gemeente. Van Toorenburg: ‘CDA wil geen totaal geïntegreerde voorzieningen’. Dezentjé: ‘verschillen tussen peuterspeelzalen en kinderopvang moeten blijven’. Kamerleden spraken ook hun zorgen uit over bepaalde ontwikkelingen als segregatie en verschoolsing, daarbij verwijzend nar signalen van MOgroep W&MD.

De Tweede Kamer stemt op 19 januari over het wetsvoorstel (inclusief amendementen) en de ingediende moties.

 

Langkamp (SP) verwijst naar de inschatting van de MOgroep dat het een groep van ongeveer 250 vrijwilligsters niet zal lukken om voor augustus 2010 aan alle eisen te voldoen en die opleiding afgerond te hebben. De SP-fractie pleit voor enige coulance met betrekking tot deze groep vrijwilligsters. Zij stellen voor dat iedere peuterleidster die in augustus al wel in opleiding is, een tijdelijke kwalificatie krijgt onder de voorwaarde dat binnen twee jaar de opleiding afgerond is. De staatssecretaris gaat niet akkoord met een coulance van twee jaar, wel zegt zij toe een coulance van een jaar te hanteren (betekent dat per 1 augustus 2011 alle leidsters aan de eisen moeten voldoen).

 

Moties en amendementen

Langkamp en Kraneveldt stellen voor de financiële oormerking voor de Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) de komende drie jaren nog in stand houden (i.p.v. de decentralistie-uitkering).

Een motie van Langkamp verzoekt de regering te stimuleren dat in alle gemeenten alle kinderen, zowel met als zonder taalachterstand, voor dezelfde lage prijs en bij voorkeur gratis de mogelijkheid hebben om vier dagdelen per week naar een peuterspeelzaal te gaan waar voorschoolse educatie wordt aangeboden.

 

Een motie van Van Gent (GL) en Kraneveldt verzoekt de regering toe te werken naar één landelijk beleidskader kwaliteitseisen kinderopvang, peuterspeelzalen en voorschoolse educatie.

Een motie Van Toorenburg en Dezentjé verzoekt de regering te bevorderen dat alleen VVE-programma’s waarin ouderbetrokkenheid is opgenomen, worden aangeboden aan kinderen met een taalachterstand. Volgens Toorenburg heeft deze motie alles te maken met de zorgen van de CDA-fractie over segregatie. De CDA-fractie vindt dat er nu een situatie is gecreëerd waarin ouders die kinderen met een grote taalachterstand naar school sturen financieel ontlast worden door de overheid en ouders die er alles aan doen om te voorkomen dat hun kinderen een achterstand hebben, het volle pond betalen. Die discrepantie zit het CDA niet lekker en daarom wil zijn iets doen aan de ouderbetrokkenheid.

 

Andere moties en amendementen hebben betrekking op: verplichtstelling van bewezen effectieve programma’s voor VVE, doorzettingsmacht van gemeente, evaluatie na drie jaar en de verklaring omtrent goed gedrag voor vrijwilligers in de kinderopvang.

 

Segregatie

Vrijwel alle woordvoerders hebben zorgen over segregatie. Kamerleden vragen zich af of de segregatie waartegen de wet een wapen moet zijn niet juist wordt versterkt wanneer ouders met een kind met een achterstand (doelgroep VVE) slechts een geringe bijdrage moeten betalen voor de peuterspeelzaal en een ouder met een kind zonder achterstand de volle mep. Ouders zouden daardoor nog sneller kiezen voor een kinderdagverblijf, omdat ze dan tenminste nog een toeslag ontvangen. MOgroep W&MD heeft de kamer laten weten dat het verschil kan oplopen tot een factor zes.

 

Verschoolsing

Van der Vlies (SGP) waarschuwt tegen toenemende verschoolsing van de peuterspeelzalen. Net als Bosma (PVV) en Anker (CU) vindt hij dat je van jonge kinderen niet te veel mag vragen. Daar is staatssecretaris Dijksma het mee eens, maar zij wijst erop dat spelend leren inhoudt dat kinderen een ‘rijke leeromgeving’ krijgen aangeboden. Praktische, inhoudelijke en financiële redenen hebben haar gebracht tot een vorm van versmelting van opvang en onderwijs.

 

Toegankelijkheid

Vooral voor ouders die hun kinderen laten deelnemen aan voorschoolse educatie moet de financiële drempel voor peuterspeelzalen niet te hoog zijn, betoogt staatssecretaris Dijksma. Maar hoe gaat de staatssecretaris er dan voor zorgen dat alle kinderen met een taalachterstand voorschoolse educatie krijgen aangeboden, vraagt Langkamp (SP). Het is aan gemeenten om de doelgroepen te definiëren, antwoordt Dijksma. De regering gaat over het ‘wat’ en de gemeenten over het ‘hoe’. Langkamp heeft een amendement ingediend om een wettelijk recht op voor- en vroegschoolse educatie in het wetsvoorstel op te nemen.

 

Kleine kernen: behoud van peuterspeelzalen

Van Toorenburg verwijst naar signalen van MOgroep W&MD dat kleine gemeenten met één peuterspeelzaaltje die twee ochtenden open zijn, bijna niet aan de eisen kunnen voldoen. Dezentjé (VVD) en Van der Vlies (SGP) vragen of het voor kleine kernen moeilijk is om peuterspeelzaalwerk te behouden. Volgens staatssecretaris Dijksma krijgen kleine gemeenten significant meer geld voor kwaliteitsverbetering van peuterspeelzalen dan de grote gemeenten.

MOgroep Home / Actueel / Nieuws / Nieuwsbericht
pers | contact | inloggen | registreren | sitemap | print