Weblog van de voorzitter

Valse tonen in het Zorgakkoord

Het is gelukt: we hebben een nieuwe vorst. Het koor zong prachtig, er klonken mooie woorden en ook het verzamelde parlement liet geen wanklank horen. Maar nu liggen de oranje brillen weer in de kast en dient de orde van de dag zich aan. Want behalve een koning hebben we ook een Zorgakkoord. Plus een kabinetsvoorstel voor de Langdurige Zorg.
Tegen staatssecretaris van Rijn zei ik dat ik verbaasd ben over die titel: het doel is toch juist om mensen te activeren, zodat ze niet langdurig in zwaardere zorg belanden? En om zorg te verbinden met welzijn, om het versterken van sociale netwerken?
Maar goed, het Zorgakkoord. Wat heeft het ons te bieden? Ten eerste: een verzachting van de forse bezuinigingen op dagbesteding, verblijf in een verzorgingsinstelling, JeugdGGZ en hulp bij het huishouden. Zeker dat laatste telt, want vooral veel mensen met lagere inkomens kunnen dankzij hulp in de huishouding zelfstandig blijven wonen. Echter: een korting met 75% was buitenproportioneel, maar de huidige korting van 40% is nog steeds fors. Voeg daarbij dat werknemers in de zorg daarvoor werk en loon moeten inleveren, en je kunt je voorstellen waarom de AbvaKabo het akkoord verwerpt.
Ten tweede: mooi dat het kabinet niet alleen 200 miljoen investeert in wijkverpleegkundigen, maar ook 50 miljoen in sociale teams. Daarmee erkent de regering de wezenlijke relatie tussen het medische en het sociale domein. Dat is winst en daar heeft de MOgroep flink voor gelobbyd. Maar gaat het geld echt naar sociaal professionals en niet naar nieuwe coördinatielagen? En hoe houden we wijkteams klein en simpel, met de gouden driehoek huisarts, wijkverpleegkundige, sociaal werker? Los daarvan is 50 miljoen erg krap, zeker vergeleken met de 200 miljoen voor wijkverpleegkundigen.
Ten derde: de bezuinigingen binnen de Participatiewet blijven staan, terwijl de harde en duidelijke verplichting voor werkgevers is geschrapt. Hoe moeten we dan de o zo belangrijke werkplekken voor jongeren en volwassenen met beperkingen realiseren? We weten toch allemaal dat ze die nodig hebben voor een actieve bijdrage aan de samenleving?
Kortom: de scherpe kantjes zijn eraf, maar er zijn nog veel vraagtekens. Investeringen in vrijwilligers en mantelzorgers blijven uit. Moeten gemeenten dat zelf maar uitzoeken? Waaruit blijkt dat het dit kabinet menens is met sociale preventie en activering?
Ik mis aandacht voor innovatie en brede samenwerking op lokaal niveau. Het Zorgakkoord lijkt partijen te stimuleren om sectoraal te blijven werken. Een voorbeeld? De bezuinigingen op de JeugdGGZ zijn ongedaan gemaakt en het lijkt of dit budget geoormerkt blijft voor JeugdGGZ. Onhandig, want we zoeken juist naar nieuwe, lokale arrangementen die de rol van de sociale omgeving versterken, samen met onderwijs en lichte ondersteuning.
Goed, dit Zorgakkoord zorgt voor enige beweging. Maar is dat voldoende voor de transformatie van zorg en welzijn, voor sociale preventie en brede activering? We zullen zien. Als MOgroep gaan we ons daar in ieder geval hard voor maken. En desnoods strijden als een leeuw…

Mei 2013
Marijke Vos, voorzitter MOgroep